Madeliefje

Madeliefje "Bellis perennis macro". Licensed under CC BY-SA 2.5 via Wikimedia Commons - https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Bellis_perennis_macro.jpg#/media/File:Bellis_perennis_macro.jpg

Andere benamingen : Meizoentje, koeienbloem, schapebloem, bleekveldbloempje, dijkbloempje, grasbloem, maetelieve, mariabloempje, meibloempje, meizuivertje, weidebloempje, junibloem.  Officieel : Bella perennis (bellis = mooi en perennis = overblijvend)

Het madeliefje is een algemeen voorkomend plantje. Kinderen maken er kettingen van of kransen voor hun haar. Het madeliefje is een kleine vaste plant uit de composietenfamilie die tot 15 cm hoog wordt. De naam Bellis perennis betekent eeuwige schoonheid of 'alle jaren mooi'. De bladeren staan in een rozet en zijn kort behaard, de middennerf is alleen zichtbaar. De bloemen staan op een behaarde steel in alleenstaande hoofdjes, met witte blaadjes die uit kunnen lopen naar roodachtig. De bloembodem is geel, de blaadjes staan in twee rijen. Het madeliefje kan goed tegen de kou, tot wel -17°C. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich en overdag richt het zich naar de zon.

In Keltische sagen wordt de bloem de magische eigenschap toegedacht dat deze het groeiproces kan stilleggen. De fee Milka zou de zoon van de koning stiekem madeliefjes te eten hebben gegeven, waardoor hij nooit volwassen zou worden. Het geldt in de christelijke traditie als symbool voor maagdelijkheid en daarmee samenhangend voor Maria.
In de Noorse mythologie wordt het madeliefje aan Frya gewijd, de godin der liefde en vruchtbaarheid.
Bij de Kelten werd het madeliefje gewijd aan de Heilige Margaretha en hoorde als "bloem van de patroonheilige van de boeren" bij het gewone volk.
In Christelijke tijd was het bloemetje een "attribuut van de Moeder Gods”.
Het madeliefje geldt als symbool van de godin Ishtar en komt als zodanig veelvuldig voor op de Ishtarpoort, een oude stadspoort van Babylon uit 575 v.Chr.
De Franse koning Lodewijk IX (1214-1270) nam het madeliefje samen met de lelie in zijn wapen op. (http://ecolonie.org/eco/nl/meewerke...)

In het voorjaar kunnen de jonge blaadjes worden geplukt om verwerkt te worden in een salade. De bloemen kunnen ook worden gegeten. Bloemen die nog in de knop zitten of slechts gedeeltelijk zijn geopend, smaken nootachtig. Een geheel geopende bloem smaakt ietwat bitter. Als de bloemknoppen zuur worden ingelegd, dan kunnen ze ook als vervanging voor kappertjes worden gebruikt. Gecultiveerde madeliefjes zijn meestal niet eetbaar.

In de homeopathie wordt het madeliefje gebruikt als problemen met de huid zich voordoen, zoals huidontstekingen met jeuk en eczeem. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Madel...)

Sinds de 15e eeuw is het madeliefje bekend om zijn geneeskrachtige werking. De fijngestampte bloemen en verse bladeren stillen de pijn bij verstuikingen en kneuzingen.
De kruisvaarders namen madeliefjes in gedroogde toestand mee om hun wonden mee te verzorgen. In de diergeneeskunde werd het gebruikt bij huidbeschadigingen, huidontsteking, builen en zwellingen.
Vooral in de Middeleeuwen stond het madeliefje om de genezende werking in hoog aanzien, het werd gebruikt als middel tegen vermoeide ledematen, kropgezwellen, jicht, pijnlijke heupen en als vochtdrijvend middel.

 

Afrodiserend ingrediënt:
Afrodiserende bieren: 

Welke bieren horen bij dit afrodiserende ingrediënt? Klik op de onderstaande link en duid het afrodiserend ingrediënt aan. Als er niets verschijnt nadat u op toepassen hebt geklikt, wil dat zeggen dat er geen bieren met dit ingrediënt bestaan of dat we deze nog niet tegengekomen zijn.

Klik hier om het zoekvenster te openen.