Betelnoot

Betelnoot

Betelnoot (Areca catechu) is het zaad van de betelpalm. Deze palmboom kan 20 meter hoog worden en heeft bladeren van 1 meter lang in het genus Areca. De stam is slank met onduidelijke bladlittekens. De bladeren zijn geveerd en meestal tot 2 m lang, ze zijn zijdelings uitstaand en aan de top iets overhangend. De deelblaadjes staan zeer dicht opeen. De bloemen zijn klein, lichtgeel en zitten in fijnvertakte bloeiwijzen, de er uit de verte als poederkwasten uitzien. De bloeiwijzen en later de vruchttrossen zitten hoog aan de stam aangehecht, vlak onder de gladde, groene bladschedenbundel. De vruchten zijn bij rijpheid geel tot oranje, rond tot eivormig en tot 6 cm groot.

De betelpalm is afkomstig uit Indonesië en wordt veel in Zuidoost-Azië gekweekt.

De betelnoot (of arekanoot) is het zaad van de palm. Botanisch gezien is een noot geen zaad maar een type vrucht, en in het geval van de betelpalm is ook de vrucht geen noot, maar een steenvrucht (wat overigens ook geldt voor de vrucht van de kokospalm, die in zijn geheel meestal "kokosnoot" wordt genoemd).

De harde betelnoot is 3-4 x 2-4 cm groot. De noot heeft een bittere smaak en is rood van kleur. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Betel...)

De betelpalm is één van 's werelds meest populaire planten. Van het blad wordt papier gemaakt om kruiden en tabak in te rollen. Betelnoot wordt samen met gebrande kalk en eventueel pruimtabak of andere kruiden gekauwd.  De noot wordt in kleine brokjes gehakt en ingepakt in een stuk betelblad (niet van de betelpalm maar van de betelpeper (een klimplant)) en vermengd met wat ongebluste kalk, kruidnagel en pruimtabak . Het gecombineerd gebruik met kalk versterkt het effect van de betelnoot doordat de stof areciline omgezet wordt in de werkzame stof arecaidine. De kalk is, afhankelijk van wat de omgeving te bieden heeft, afkomstig van kalkrotsen, koraal, zeeschelpen of slakkenhuisjes.

Er ontstaat bij menging een rode pasta die bij het kauwen het speeksel vuurrood kleurt. Bij chronisch gebruik verkleuren de tanden rood. Na het kauwen worden de dan smakeloos geworden resten uitgespuugd. Dit zorgt voor kleine rode spuugplekken op de grond. Omdat dit een onsmakelijk gezicht is, is het kauwen van betel verboden op sommige openbare plekken. Er zijn miljoenen Aziaten die dagelijks net zoveel van betelnoot genieten als Europeanen van hun dagelijkse kopje koffie.

Betelnoot is een opbeurend middel. Het bevat de stof arecaline, die bekend staat om haar gemoedstoestand bevorderende werking. De stof stimuleert de werking van het centrale zenuwstelsel. Het kan de bloedcirculatie bevorderen en de gemoedstoestand verbeteren. Betelnoot kan een euforisch gevoel geven en heeft ook afrodiserende eigenschappen.

Afrodiserend ingrediënt:
Afrodiserende bieren: 

Welke bieren horen bij dit afrodiserende ingrediënt? Klik op de onderstaande link en duid het afrodiserend ingrediënt aan. Als er niets verschijnt nadat u op toepassen hebt geklikt, wil dat zeggen dat er geen bieren met dit ingrediënt bestaan of dat we deze nog niet tegengekomen zijn.

Klik hier om het zoekvenster te openen.