Alruin

Alruin

De alruin (Mandragora officinarum) is een overblijvende plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). De soortaanduiding officinarum betekent dat de plant tijdens haar naamgeving op lijsten van planten met geneeskrachtige eigenschappen voorkwam. De plant wordt nu niet meer als zodanig gebruikt.

De peterselie-achtige, grote, bruine penwortel is vaak vertakt of gevorkt en dringt diep in de grond door. Boven de grond ontspruit hieruit een bladrozet van ovale, ingesneden bladeren van 15 centimeter breed en 40 centimeter lang. Deze bladeren staan in het begin rechtop; later spreiden ze zich plat uit. De plant draagt groen-witte of lichtblauwe, 5 centimeter grote, klokvormige bloemen op afzonderlijke stelen. De bloeiperiode valt in de periode maart tot april. Uit deze bloemen ontstaan in het late voorjaar oranje tot rode bessen, die enigszins op tomaten lijken. De plant sterft in het najaar af. De ondergrondse wortels overleven de winter en lopen in het voorjaar opnieuw uit.
De alruin komt van nature voor in Zuid- en Midden-Europa en in het Middellandse Zeegebied, waar zij onder andere op Corsica kan worden aangetroffen.

Het alruin is een zeer sterk hallucinogeen en de werking ervan is, en was genoegzaam bekend. De wortels bevatten twee alkaloïden en hebben bij verwerking in een (magische) drank een bedwelmende (psychotrope) werking. De alruinwortel bevat giftige alkaloïden (scopolamine, atropine, apoatropine, hyoscyamine, cuskhydrine, solandrine, mandragorine en andere hallucinogene tropaanalkaloïden). De plant werd vroeger als narcoticum en pijnstiller, en deels ook als hallucinogeen middel gebruikt, onder meer in heksenzalf.

Plinius de Oudere refereert aan de geur van de alruin als slaapverwekkend wanneer ze genomen werd voordat een insnede werd toegepast.  In het oude Griekenland maaktet men slaapverwekkende mengsels met onder andere papaversap en alruin. Dioscorides schreef in de eerste eeuw voor Chr wijn voor vermengd met alruin (Mandagora) als chirurgisch verdovingsmiddel.  Lucianus van Samosata spreekt over het gebruik van de plant voordat het brandijzer werd gebruikt. Claudius Galenus noemt de plant in het voorbijgaan in verband met haar macht om gevoel en bewegingen te verlammen. Isidorus van Sevilla zou gezegd hebben: "De wijn in de bast van de wortel wordt gegeven aan hen die een operatie ondergaan zullen opdat ze geen pijn zullen voelen in hun slaap."  Ten tijde van de kruisigingen door de Romeinen kregen de gekruisigden soms van barmhartige vrouwen een pijnstillend drankje op basis van wijn en een aftreksel van mandragora. Dit mengsel stond bekend als de "dodenwijn". Een mogelijk neveneffect was echter dat de gekruisigde in een soort slaaptoestand terecht kwam met een zwakke ademhaling en een bijna onbestaande hartslag. Met als gevolg dat hij daarna schijndood maar nog levend van het kruis werd gehaald om te worden begraven. De mandragoraplant of alruin wordt in de volksmond trouwens nog steeds "schijndood" genoemd.
Sommige geschiedkundigen suggereren dat dit mogelijk het geval is geweest met Jezus van Nazareth die, gered door de "dodenwijn" zijn martelingen en het kruis overleefde en daardoor drie dagen later kon "verrijzen".

Ugone da Lucca ontdekte in de 12e eeuw een stof die, wanneer ingeademd, de patiënten in slaap brengt zodat zij tijdens een operatie geen pijn voelen; het is bekend dat hij hiermee de alruin bedoelde. Door de hallucinogene effecten speelt de plant een belangrijke rol in magie en hekserij. Alruin is een heksenkruid en is een veelgebruikt bestanddeel van allerlei heksendrankjes en heksenzalf. Er werd grote toverkracht aan toegeschreven. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Alruin)

Het volksgeloof wilde dat de alruin in de nacht moest worden uitgegraven door er een hond aan vast te binden; de mens moest daarbij zijn oren dichtstoppen, daar de plant een dodende schreeuw zou uitstoten.
Het woord alruin houdt verband met run, dat oorspronkelijk betekende: gefluister, geheime raad, waarzeggerij (Gr. ereunaoo = zoeken, opsporen). De volksnaam pisdiefje berust op het volksgeloof dat de alruin uit de urine of het sperma van een gehangene zou zijn ontstaan. (http://home.scarlet.be/pedroalco/Kr...)

Doordat de wortel van de alruin veel vertakkingen heeft, vertoont die met een beetje fantasie vaak gelijkenis met een menselijk lichaam. De Griekse wijsgeer Pythagoras beschreef de wortel al als een 'miniatuurmensje'. Door deze gelijkenis geloofde men in de middeleeuwen (volgens de signatuurleer) dat de wortel bovennatuurlijke macht had over de menselijke geest en het lichaam.

Christenen zagen in de wortel een probeersel van de mens van God. Een op de mens lijkende wortel van de alruin werd in de middeleeuwen als wondermiddel beschouwd. Het zou de vruchtbaarheid kunnen bevorderen en magische krachten bezitten. Ook werd de wortel van de heggenrank vaak als alruin verkocht.

De wortels van de alruin werden vaak door mensen bewerkt en besneden zodat zij nog meer op een menselijke gestalte gingen lijken. Het bedrog was bijzonder lucratief.

Volgens het volksgeloof groeide de plant alleen op plaatsen waar ooit een galg had gestaan en groeide ze op het lijkvocht, de urine en het zaad van een (onschuldige) gehangene. Vandaar dat in Duitsland de plant ook "galgenmannetje" werd genoemd.

In de Oriënt werd de plant beschouwd als middel om conceptie te verzekeren.In de Middeleeuwen geloofde men dat het de vruchtbaarheid zou bevorderen. Dit komt tot uiting in de Hebreeuwse naam, dud‘ of dudaim (liefdesplant), een verwijzing naar het Bijbelverhaal waarmee Lea met behulp van deze plant haar man Jacob wist terug te winnen. Alruin dankt immers zijn reputatie van liefdesplant aan... de Bijbel. In een van de verhalen weet Lea met behulp van de plant haar Jacob terug te winnen.

In de ayurvedische wetenschap gebruikte men bijvoorbeeld alruinwortel om de man te misleiden.  De vrouw zou als maagd aanvoelen en op de huwelijksnacht zelfs bloed kunnen verliezen.

 

Afrodiserend ingrediënt:
Afrodiserende bieren: 

Welke bieren horen bij dit afrodiserende ingrediënt? Klik op de onderstaande link en duid het afrodiserend ingrediënt aan. Als er niets verschijnt nadat u op toepassen hebt geklikt, wil dat zeggen dat er geen bieren met dit ingrediënt bestaan of dat we deze nog niet gevonden hebben.

Klik hier om het zoekvenster te openen.

 

Leuk om weten

Bier brouwen met hop is al bekend sinds de 9e eeuw, maar het duurt nog vijfhonderd jaar eer het algemeen wordt toegepast. Daarvoor gebruikt men een mengeling van kruiden en planten. Die mengeling heet ‘gruut’ of ‘gruit’ en kan onder andere bestaan uit wilde gagel, duizendblad, bijvoet en wilde rozemarijn. Gruit wordt toegevoegd om de smaak en houdbaarheid te verbeteren, maar er zijn ook recepten gevonden met sterk psychoactieve kruiden zoals het zwaar giftige bilzekruid, doornappel, alruin of gifsla. Bier waarvan je gaat trippen dus. (http://charliemag.be/wereld/kroegen...)