Fruit/noten/bonen

Dadels groeien aan de dadelpalm. Deze boom komt van oorsprong voor in Mesopotamië en langs de Nijl in Egypte. Het is bekend dat mensen 5000 jaar geleden dadels aten. Uiteraard is het moeilijk na te gaan of mensen daarvoor ook dadels aten. De Sumeriërs en de oude Egyptenaren, twee culturen die aan de basis van de moderne geschiedenis staan, hebben in ieder geval melding gemaakt van de dadel als lekkernij.

De druif is de besvrucht van de plant Vitis vinifera die behoort tot de wijnstokfamilie (Vitaceae). De plant is een klimplant. Naast de wilde soort zijn er veel cultivars, die wordt verbouwd als druivenstok, ook wel wijnstok of wijnrank genaamd. Van deze in cultuur gebrachte variëteiten worden druiven voor meerdere doeleinden verbouwd.

De framboos (Rubus idaeus) is een plant uit de rozenfamilie. De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) tot het geslacht Rubus. Tot dit geslacht behoren meer dan zeshonderd soorten. De framboos is een in heel Europa van nature voorkomende plant, die op open plaatsen in het bos en langs bosranden voorkomt en is als voedsel al sinds de vroegste tijden in gebruik. De teelt gaat terug tot de Middeleeuwen. De plant is een heester waarvan de stengels tot 2 meter lang kunnen wordenFrambozen. Van de framboos worden alleen de vruchten gegeten.

Goji bessen groeien aan een struik die in het Nederland bekend staat als boksdoorn of rode mispel, is een uit Oost-Azië afkomstige plant uit de nachtschadefamilie. De bessen van deze plant die ook wel wolfsbessen heten, zijn helder gekleurde oranje-rode bessen met een doorsnede van 1,5-2 cm, die in Azië al eeuwenlang gegeten worden om hun vermeende gezondheidseffecten. Goji bessen zouden namelijk een positief effect hebben op verschillende chronische ziekten, zoals diabetes, hoge bloeddruk, koorts en leeftijdsgerelateerde oogproblemen als staar en maculadegeneratie.

Granaatappels worden al gekweekt sinds de tijd van de Egyptenaren. De Grieken beschouwden ze als een symbool van vruchtbaarheid en Hippocrates raadde granaatappelsap aan om weerstand tegen ziektes op te bouwen. Ze waren ook geliefd bij reizigers: dankzij hun dikke schil kunnen ze over lange afstanden vervoerd worden zonder dat ze een druppel van hun sap verliezen. Granaatappels zijn rijk zijn aan vitaminen, foliumzuur en antioxidanten maar ze hebben nog meer goede eigenschappen.

Jeneverbes groeit in gematigde klimaat van het noordelijk halfrond (Europa, Azië, Noord-Amerika), groeit ook in Noord-Afrika en de tropische regio’s van Azië (Nepal, Pakistan).

Het groeit op heidevelden, kalksteen, droge heuvels, op droge hellingen, rivieroevers, loof-en gemengde bossen en vormt een struikgewas bij bosranden, zelden in de moerassen, op verschillende bodems, vaak op zandige, met een matige vochtigheid die het meest gunstig is, komt ook voor op te natte moerassige gronden.

De kers is een populaire vrucht: ze is klein, bolvormig en bevat meestal een pit. Technisch is het een steenvrucht. De kriek is een variant, deze is een zure kers. Alle krieken zijn dus per definitie kersen, maar niet alle kersen zijn ook krieken. Ook is er een witte kers: de witbuik.

Over de geschiedenis van de kers is vrijwel niets bekend. Ze zijn in het westen bekend geworden nadat ze door de Romein Lucius Licinius Lucullus meegebracht werden vanuit Kerasunta in de Pontus, noordoost Anatolie, rond het jaar 70 v.Chr.

De kiwi of Chinese kruisbes (Actinidia chinensis) is de eetbare vrucht van een snel groeiende slingerende klimplant. De vruchten van de gewone kiwi zijn gewoonlijk langwerpig ovaal van vorm, hebben helder vruchtvlees met een witte kern en een ring van zwarte pitjes rondom deze kern. Schijfjes kiwi worden vaak als decoratieve garnering van gebak, salades en dergelijke gebruikt, maar de vrucht kan ook in zijn geheel worden gegeten (met of zonder schil).

De kweepeer of kwee (Cydonia oblonga) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) en is nauw verwant aan de appel, de peer en de lijsterbes. De soort komt oorspronkelijk uit het gebied rondom de Kaspische Zee en de vrucht is algemeen bekend in veel landen, vooral in de zuidelijke landen van Europa en in Japan. De kweepeer bloeit in vergelijking met de appel en peer laat, namelijk van mei tot in juni.

De mango (Mangifera indica) of manga (Surinaams-Nederlands: manja, [ˈmaɲja], soms [ˈmaɲjə]) is de commercieel belangrijkste soort uit het geslacht Mangifera[1] en is na de banaan het belangrijkste fruit uit de tropen. De groenblijvende boom kan een hoogte van 40 m bereiken. De boom heeft een dichte, brede kruin. De afwisselend geplaatste bladeren zijn leerachtig, glad, glanzend, donkergroen, gaafrandig en hebben een ovale, toegespitste vorm. Het blad is 15–30 cm lang en tot 3,5 cm breed. De bladsteel is 2–6 cm lang.

Pagina's

Abonneren op Fruit/noten/bonen